AanbiedenAanbodAangenaam |2|3| – AangeroepeneAankondigen AanreikenAanvallenAanwijzenAanzeggenAanzien |2| – AardAarde – Aardig – Achterblijven AdelAdelaarAfgunst – Afschuwelijk – Afstammeling |2| – AlAllesAllesomvattendAngstArbeidArend

BanierBarmhartig BedekkenBedoelingBeerBegeren |2| – Begerig |2| – BegiftigdBehendig – Behoeden – BehulpzaamBekendBekendmaking – Bekoorlijk – BekwaamBelastingBeminnelijkBenoemenBeperkenBeraad – Bereidwillig – Beroemd |2| – Bescheiden – Beschermen |2|3|4| – BeschuttenBeslissingBesluitBestaanBesturenBetaling – Betovering – BevalligBevelenBewegenBewegingBewonerBewustmakingBezit |2|3| – BiedenBijdrageBijlBitterBlankBleekBlijBlijdschap |2| – Bliksem – Bloed – Bloeien – BloemBloesemBodeBodem – BoerBoodschapperBoog |2| – BoosBoosheidBootBos |2|3|4| – BoudBovenaardsBranden |2|3| – BruinBuigingBuigzaamBurchtBuurBuurman

DagDageraadDapper |2|3| – DapperheidDeenDenken |2|3| – DeugdDeugdelijkheidDienaarDierbaar – Ding – DochterDodenDonkerDonkerkleurigDoodsangstDoorborenDoorgangDoornDoornstruikDoosDorpDraaienDrift |2|3| – Droom – Duif – DurvenDuurzaamDwingen

Echt Edel |2|3| – Eer |2| – EergevoelEer(vol)Eerlijk – Eerste – EgEigendomEisenElfErfErfbezit – Erfenis – ErfgoedErfgoed (2) – Ervaren – EsEssenhoutEverzwijn

FakkelFamilie – Fel – Fier – Flink – FlitsendFonkelendFort – Fries

GaanGangGastGastheerGaveGebieden |2| – GebiederGebodGebogen – Geboren – Gedachte |2| – GeëerdGeest |2|3| – GegijzeldeGehechtGeheelGeheugenGeldGeliefdGeloven –  Geluid |2|- GelukGeluk (2)GelukkigGemoed |2| – Genadig |2|3| – GenotGepolijstGered – Gering – GerustGeschiktGeslacht |2|3| – GevangeneGevenGewaardeerdGeweld |2| – GeweldigGewijdGezegend |2| – GezwindGezond |2| – Gift |2| – GlansrijkGlanzend |2|3|4|5| – GodGoddelijk |2|3| – Godheid – Goden – Goed |2| – Goedaardig – Graaf – GraagGrauwGrensGrensgebiedGrenslandGrenspaalGretigGrijpenGrijsGrilligGrimmigGroeien – Grond |2|3| – Grondbezit – Groot – Groots – Gunnen

HaagHaagdoornHaatHardHarnasHartHartstocht |2| – Hartstochtelijk – HebzuchtigHeelHeemHeer |2| – HeerseresHeftig |2| – HegHeideHeilHeilig – Heiligdom Heir – Hekserij – HeldHelder |2| – Heldhaftig – Helm |2| – Helpen |2| – HerautHerinneringHeuvelHoekHofHongerigHoogteHoonHouweelHuis |2|3| – HulpHumeurHuwelijk

IJfIJsIJzer

JeugdigJong – Jongen

KalmKantKerelKindKlingKlinkend – Knaap – KnotsKnuppelKoen |2| – KrachtKrachtigKrachtig (2)KrijgsgevangeneKrijgsvolk |2|- KrommingKroon – Krul – KunnenKwaadaardig

Land |2| – LandbouwerLandmanLandtongLasterLastigLeeuwLegerLenigLeven| – Levendig |2| – Levensroede – Licht – Lichtstraal – Lief |2| – Liefhebben |2| – LieflijkLieflijk (2)LijdenLindeLindehoutListLofLoon |2| – LuchtLust |2|

Macht |2|3| – Man ManhaftigManierMarkeren MaskerMeesteresMenigteMening |2| – MensMesMiddelMild |2| – Moed |2| – Moedig |2|3| – MooiMooi (2)Muur

NakomelingNatieNatuurgeestNieuwNijdNobelNoodNoordNoorderling

ObserverenOfferOmheining |2| – OmvattenOnbeschaamdOnbevreesd – Onbeweeglijk – OngebondenOngedeerdOngekendOngeschondenOnstuimigOntbiedenOntbiederOntvangen – Onvermoeibaar – Onversaagd – OnverschrokkenOpdragenOpmerken – Oord – Oorlog |2| – OostenOosterlingOpenhartigOpgewondenOudOverblijfselOverlegOvervallenOverwinning

Paard |2| – PantserPassendPijlPijnPijnlijkPlan |2| – PlunderenPrachtigPrijzenPrikkelPunt |2|3|

RaadRaafRand |2| – RangRasRazernij |2| – Recht – Rechtsgebruik – Rechtszaak – Rechtszekerheid – Rechtszitting – Redden |2| – Reis – Reiziger – RidderRijdenRijkRijkdom |2| – RoedeRoem |2|3| – Roemvol |2| – RosRuiter

Samenkomst – SchaarSchemerigSchenkenScherp |2|3| – ScheutSchijnen |2| – Schild |2| – SchitterenSchitterend |2|3| – Schoon – Schoonheid – SchreeuwenSchrijnendSchrikSchuilplaatsSlaan |2|3|4| – Slachtend – Slag – Slagveld – SlangSmaadSmartSnijdenSpoedig – Snede – Snel |2|3| – SnijdendSpeer |2|3|4| – SpiesSpitsStaatStadStalStam |2| – StamgoedStandStandaardStandvastig |2| – SteenStemming |2| – Sterk |2|3|4|5|6| – SteunStevigStokStormStoutStoutmoedig |2| – Stralend |2| – Streek – Streekbewoner – StrengStrevenStrijd |2|3|4|5| – StrijdbijlStrijderStrijdlustigStrijdrosSturen

TakTaxusTeder |2| – Teken |2| – Tempel – ThuisTijdToeslaanToevertrouwenToewijdenToewijzenToorn |2|3| – Toverkunst – TreurenTrotsTuinTwijg

VaalVaandelVaatwerk – Vader – ValkVangen – Vast – VastberadenVastnemenVat –  Veel – Veilig |2| – Veld – Verbergen – Verbeten – Verbitterd |2| – VerblijfplaatsVerblindend – Verbonden – VerdraagzaamheidVerenigenVereren – Vergadering – Vergelding |2| – VergoedingVerkondigenVerlangen |2| – VerlangendVermaardVermogenVernietigenVerschrikkelijkVerschrikkingVerstandVerstandig |2| – VersterktVerstoppenVertrekVertrouwenVerwantVerwoestenVestigenVijandig |2| – VlagVlamVlug |2| – Vogel |2|- VolgroeidVolhardendVolledig |2| – Volk |2|3| – Volksstrijder – Volksvergadering – Volmaakt – Volwassen – Vooraanstaand – Voordeel |2| – VoorkomenVoornaam |2| – VoorspellenVoorspoed |2| – VorstVredeVredelievendVreemdelingVrees |2|- VreemdVreselijkVreugde – Vroom – Vrouw |2| – Vriendelijk |2|3| – VriendschapVrijVrijboerVrijgeleideVrijgevig |2| – VrijmoedigVrolijkVrolijkheid |2|- Vuur |2|

WaakzaamWaalWaardeWaardigheidWadWadenWagenWakenWakker |2| – WandelenWapenWaterWaterkantWeergeldWeideWelwillendWensenWereldWerkWerpspiesWestWesterlingWervelen – Wet – Wetgeving – WezenWigWijfWijs |2| – Wil |2|3|- WilskrachtigWimpelWindWispelturigWit |2|3| – WitglanzendWoede |2|3| – WoedenWoestWolfWoning |2|3| – Woonplaats |2| – WoonstWordenWoudWreed |2| – Wrekend – Wrok

Zacht |2|3| – ZachtaardigZachtmoedigZaligZeeZeerZege |2| – ZekerheidZelfvertrouwenZijnZin |2|3| – ZingenZoetZonZonsopgangZoon |2| – Zorg – Zuiver – ZwaanZwaard |2|3| – Zwijn