J. K. Brechenmacher, Deutsches Namenbuch. Stuttgart: Verlag von Adolf Bonz & Comp., 1928.

J. De Vries & F. De Tollenaere, Etymologisch woordenboek. Utrecht: Het Spectrum, 1997.

E. F. Förstemann, Altdeutsches Namenbuch. Nordhausen: Verlag Von Ferd, 1856.

D. Gerritzen, Voornamen: Een praktische handleiding. Utrecht: Uitgeverij Het Spectrum, 1999.

A. Huizinga, A. Kruijssen & A. de Jong, Huizinga’s Complete lijst van Voornamen: Vraagbaak voor de afkomst en betekenis van Nederlandse en Vlaamse voornamen. Baarn: Tirion, 1998.

J. A. Meijers & J. C. Luitingh, Onze Voornamen: Traditie, betekenis, vorm, herkomst. Amsterdam: Moussault’s Uitgeverij, 1948.

J. Pokorny, Indogermanisches Etymologisches Wörterbuch. Francke, 1959.

B. E. Siebs, Die Personennamen der Germanen. Niederwalluf / Wiesbaden: Dr. Martin Sändig oHG, 1970.

A. N. W. Van der Plank, Het Namenboek: De herkomst van onze voornamen en de hiervan afgeleide achternamen. Bussum: Romen, 1979.

J. Van Der Schaar, Woordenboek van voornamen. Utrecht / Antwerpen: Uitgeverij Het Spectrum, 1964.

R. Van Houten – Enger, Hoe zullen wij ons kind noemen? Den Haag: Uitgeverij Hamer, 1941.

J. Winkler, Friesche naamlijst (Onomasticon frisicum). Leeuwarden: Meijer & Schaafsma, 1898.