Gijzelen

Gijzelen


Afgeleiden: -gesil, Gezzel-, Ghis-, Gijs-, Gil-, -gilis, Gis-, -gis, Gise-, -gise, Gisel-, -gisel, -gisele, -gisil, Gisl-, Gisle-
Betekenis 1: Gegijzelde, (krijgs)gevangene (van voorname afkomst)
Betekenis 2: Pijl, kleine speer